50 jaar wiet in Friesland
De Nederlandse coffeeshops en cannabiscultuur zijn wereldberoemd, maar in eigen land wordt er maar weinig over gepubliceerd. Dan heb ik het niet over de stroom berichten over opgerolde wietkwekers en andere omgekatte politiepersberichten, maar over serieuze aandacht voor onze cannabiscultuur. Het aantal Nederlandse boeken over dit onderwerp is op twee handen te tellen. En vrijwel altijd ligt de nadruk op Amsterdam.
Het is daarom des te verheugender dat Johan Meines dit bijzondere boek heeft geschreven. Eigenlijk zou het in 2012 verschijnen, maar ja, blowers hebben vaak meer goede ideeën dan tijd om ze te realiseren. Bovendien heeft Johan veel te vertellen. Hij maakte ruim een halve eeuw cannabiscultuur mee en gaf er zelf mee vorm aan.
Johan groeide op in Leeuwarden en leerde voor jongerenwerker in Amersfoort, waar hij hasj ontdekte. Hij tripte op LSD tijdens het Holland Pop Festival in 1970, de oerknal van het gedoogbeleid. En hij ging wiet kweken bij zijn boerderij en oogstte al in 1976 zijn ‘eerste serieus gekweekte wiet’. In datzelfde jaar werd een nieuwe Opiumwet van kracht, die cannabis decriminaliseerde en het pad effende voor de coffeeshops.
Maar voordat die coffeeshops er waren, kon de consument voor hasj en wiet terecht bij de huisdealer in het jongerencentrum. In Leeuwarden was dat Hippo, dat in 1982 ten onder ging. Uit de as verrees de stichting Utopia en de gelijknamige coffeeshop, de allereerste van Leeuwarden. Als voorzitter van de stichting was Johan de spin in het web. Daardoor krijgt de lezer een zeldzame blik achter de schermen in de beginjaren van de coffeeshop en bij de opmars van nederwiet. Het boek is een mix van memoires, geschiedschrijving en historische documenten. Zo ontstaat een caleidoscopisch beeld van vijftig jaar cannabiscultuur en beleid, met een hoofdrol voor Friesland.
Dat is niet alleen hasjgeur en maneschijn, maar ook politie-invallen, arrestaties, valse beschuldigingen en een huiveringwekkend beschreven overval op zijn boerderij. Johan woonde en werkte een tijd in de Randstad, maar keerde in 2000 terug naar Friesland. Hij ging een oude kennis helpen met de achterdeur van diens coffeeshop en ontdekte ‘dat alles nog steeds via de structuren en regels verliep zoals in het begin bedacht’. Later ontmoette hij Rinus Beintema, met wie hij probeerde om een proefproces over de achterdeur uit te lokken. Johan was ook actief voor stichting Suver Nuver, waarmee Beintema tienduizenden mensen voorzag van medicinale wietolie, totdat de rechter hier in 2021 een einde aan maakte.
De paradox van de achterdeur -coffeeshops mogen wiet verkopen maar wietteelt is verboden- is anno 2022 nog steeds niet opgelost. Aan het slot van zijn boek ontvouwt de auteur zijn visie voor de toekomst, waarin de aloude huisdealer een belangrijke rol heeft. “50 Jaar Wiet in Friesland” bevat geweldige anekdotes en herbergt een schat aan informatie over de oorsprong en ontwikkeling van dat unieke en wereldvermaarde Nederlandse fenomeen: de coffeeshop.
Derrick Bergman, juli 2022
De Nederlandse coffeeshops en cannabiscultuur zijn wereldberoemd, maar in eigen land wordt er maar weinig over gepubliceerd. Dan heb ik het niet over de stroom berichten over opgerolde wietkwekers en andere omgekatte politiepersberichten, maar over serieuze aandacht voor onze cannabiscultuur. Het aantal Nederlandse boeken over dit onderwerp is op twee handen te tellen. En vrijwel altijd ligt de nadruk op Amsterdam.
Het is daarom des te verheugender dat Johan Meines dit bijzondere boek heeft geschreven. Eigenlijk zou het in 2012 verschijnen, maar ja, blowers hebben vaak meer goede ideeën dan tijd om ze te realiseren. Bovendien heeft Johan veel te vertellen. Hij maakte ruim een halve eeuw cannabiscultuur mee en gaf er zelf mee vorm aan.
Johan groeide op in Leeuwarden en leerde voor jongerenwerker in Amersfoort, waar hij hasj ontdekte. Hij tripte op LSD tijdens het Holland Pop Festival in 1970, de oerknal van het gedoogbeleid. En hij ging wiet kweken bij zijn boerderij en oogstte al in 1976 zijn ‘eerste serieus gekweekte wiet’. In datzelfde jaar werd een nieuwe Opiumwet van kracht, die cannabis decriminaliseerde en het pad effende voor de coffeeshops.
Maar voordat die coffeeshops er waren, kon de consument voor hasj en wiet terecht bij de huisdealer in het jongerencentrum. In Leeuwarden was dat Hippo, dat in 1982 ten onder ging. Uit de as verrees de stichting Utopia en de gelijknamige coffeeshop, de allereerste van Leeuwarden. Als voorzitter van de stichting was Johan de spin in het web. Daardoor krijgt de lezer een zeldzame blik achter de schermen in de beginjaren van de coffeeshop en bij de opmars van nederwiet. Het boek is een mix van memoires, geschiedschrijving en historische documenten. Zo ontstaat een caleidoscopisch beeld van vijftig jaar cannabiscultuur en beleid, met een hoofdrol voor Friesland.
Dat is niet alleen hasjgeur en maneschijn, maar ook politie-invallen, arrestaties, valse beschuldigingen en een huiveringwekkend beschreven overval op zijn boerderij. Johan woonde en werkte een tijd in de Randstad, maar keerde in 2000 terug naar Friesland. Hij ging een oude kennis helpen met de achterdeur van diens coffeeshop en ontdekte ‘dat alles nog steeds via de structuren en regels verliep zoals in het begin bedacht’. Later ontmoette hij Rinus Beintema, met wie hij probeerde om een proefproces over de achterdeur uit te lokken. Johan was ook actief voor stichting Suver Nuver, waarmee Beintema tienduizenden mensen voorzag van medicinale wietolie, totdat de rechter hier in 2021 een einde aan maakte.
De paradox van de achterdeur -coffeeshops mogen wiet verkopen maar wietteelt is verboden- is anno 2022 nog steeds niet opgelost. Aan het slot van zijn boek ontvouwt de auteur zijn visie voor de toekomst, waarin de aloude huisdealer een belangrijke rol heeft. “50 Jaar Wiet in Friesland” bevat geweldige anekdotes en herbergt een schat aan informatie over de oorsprong en ontwikkeling van dat unieke en wereldvermaarde Nederlandse fenomeen: de coffeeshop.
Derrick Bergman, juli 2022
